Een bordenloze toekomst?

In 2050 staan er naar schatting 50% minder wegwijzers langs de weg, daarover zijn de experts het wel eens. Maar verder? De toekomst, zowel nabij als wat verder weg, herbergt vooral veel vraagtekens. Er zijn wel al een aantal ontwikkelingen en trends zichtbaar die invloed hebben op de toekomst van bewegwijzering.

De kans is niet groot dat fysieke borden helemaal uit het straatbeeld zullen verdwijnen, ondanks de opkomst van de digitale en volledig op persoonlijke wensen afgestemde navigatiemogelijkheden. Je kunt borden niet weghalen zonder dat je deze vervangt door een minstens zo betrouwbaar systeem dat voldoet aan vier functies: navigeren, confirmeren (zit ik op de juiste weg?), manoeuvreren (welke rijbaan is de juiste?) en oriënteren (waar ben ik?). Fysieke bewegwijzering en digitale systemen ondersteunen en versterken elkaar; je checkt thuis je route en of er files zijn, en onderweg bevestigen de borden dat je digitale navigatiedienst de juiste route aangeeft.

Slim de weg op
Geavanceerde rijhulpsystemen, zogeheten ADAS-systemen, helpen automobilisten veiliger te rijden. Denk aan een alarmerend piepje als je niet midden op de baan blijft rijden, bij het inparkeren of als er acuut geremd moet worden bij een plotselinge opstopping. Dit soort systemen zijn steeds gangbaarder en hebben ook invloed op fysieke bewegwijzering. Zo experimenteren ze in Amerika met het ‘verstoppen’ van digitale informatie in fysieke wegwijzers. Slimme voertuigen krijgen zo bijvoorbeeld bevestiging dat ze op een bepaalde geografische locatie zijn. Ook is het technisch mogelijk tijdelijke informatie aan de borden te koppelen zoals informatie over werkzaamheden langs de route en een bijbehorend digitaal seintje om langzamer te gaan rijden. Of dergelijke systemen de kosten die het met zich mee brengt daadwerkelijk waard zijn, zal de toekomst uitwijzen.

Samenwerking overheid en markt
Waar commerciële partijen goed zijn in het ontwikkelen en verkopen van nieuwe navigatiesystemen, zal het de taak van overheden blijven om route-informatie van wegbeheerders op elkaar af te stemmen. De voorkeursroute is niet altijd de snelste route; er wordt meer dan alleen snelheid meegenomen in de afwegingen. Geen vrachtwagens langs een schoolplein, sluipverkeer weren uit een woonwijk, milieuzones instellen waar geen dieselauto’s mogen rijden; dit zijn politiek-bestuurlijke keuzes die je niet aan de markt overlaat. Nauwere samenwerking tussen marktpartijen en overheden kan leiden tot het samenvoegen van al deze regionale routeplannen tot een nationaal routeplan dat via digitale navigatie beschikbaar komt.

Het zal ook in de toekomst de taak van overheden blijven om route-informatie van wegbeheerders op elkaar af te stemmen.