Ogen op de weg door fysiek bord

Dik 120 jaar lang verzorgde de ANWB de bewegwijzering in Nederland. Directeur Frits van Bruggen blikt terug op de rol van ‘zijn’ club in deze unieke geschiedenis, maar kijkt vooral ook vooruit. ‘Zolang we zelf die auto rijden, is het veiliger om niet afhankelijk te zijn van je navigatiescherm.’

Van ter plaatse in het ANWB-kantoor Amsterdam naar telefonisch met pakweg 75 kilometer tussen de gesprekspartners; dit interview is welhaast exemplarisch voor veel al dan niet zakelijke contacten in coronatijden. Frits van Bruggen, sinds zes jaar hoofddirecteur van de ANWB, belt vanaf zijn werkkamer thuis (‘Ik moet zó wennen aan al dat gebel!’) en steekt direct van wal. ‘Onze bewegwijzering kan rekenen op een enorme waardering, zowel van Nederlanders als toeristen. Die waardering is niet altijd expliciet, maar wij merken dat wel degelijk in het contact met onze leden. Iedereen die ooit in het buitenland is geweest, zal beamen dat we het hier qua bewegwijzering echt perfect op orde hebben.’

De ANWB, of Algemene Nederlandse Wielrijdersbond, staat nu vooral bekend als automobilistenclub, maar begon zoals de naam al verraad, als organisatie voor fietsers. Anno 2020 bestaat de ANWB uit twee takken: de vereniging (met 4,7 miljoen leden en tienduizend vrijwilligers de grootste van ons land) en het bedrijf waaruit commerciële diensten ontplooid worden. Frits heeft twee petten: die van bestuursvoorzitter van de vereniging en van CEO van het bedrijf ANWB. ‘Wij hebben een grote en loyale achterban. De belangrijkste reden om het lidmaatschap op te zeggen, is als mensen overlijden. Daaruit blijkt hoe graag mensen eropuit gaan, en hoe belangrijk dat voor ze is.’

Wat brengt dat lidmaatschap ze?
‘De digitalisering van de wereld heeft natuurlijk een enorme impact op hoe we ons werk doen en welke diensten we aanbieden, maar tegelijkertijd blijven fysieke producten belangrijk: vorig jaar zijn maar liefst 1,3 miljoen papieren ANWB-routekaarten over de toonbank gegaan. Leden kunnen deze gratis afhalen en dat gebeurt dus nog massaal. Fascinerend toch? Nee, ze zullen er niet meer mee op schoot zitten in de auto, maar een overzichtskaart van Nederland of een ander bestemming in Europa blijkt nog steeds een grote rol te spelen in vooral de voorbereiding van een reis. Elke keer verrassen mensen me. Zo’n papieren kaart voldoet toch aan een behoefte.’

Welke?
Frits: ‘Voor een deel is dat gevoelsmatig denk ik, dat we iets in handen willen hebben. Het zijn ook echt niet alleen oudere leden die een kaart komen halen. Het verschil tussen generaties is sowieso veel minder groot dan veel mensen denken. Ook tachtigers zijn digitaal, bestellen online en doen al hun bankzaken via een app op hun telefoon. De behoefte aan papier, aan iets fysieks, heeft ook te maken met de beperkingen van zo’n schermpje; je kunt bijvoorbeeld lastig de hele kaart van Frankrijk uitklappen op je keukentafel en met het hele gezin eromheen zitten om een route uit te stippelen.’

‘Digitalisering heeft een enorme impact op hoe we ons werk doen en welke diensten we aanbieden, maar tegelijkertijd blijven fysieke producten belangrijk: vorig jaar zijn maar liefst 1,3 miljoen papieren ANWB-routekaarten over de toonbank gegaan.’

Frits van Bruggen

Zorgeloos en met plezier – zoals sinds jaar en dag het motto van de ANWB.
‘Precies. Nederland mag dan wel veranderd zijn in de afgelopen 125, ondertussen 126 jaar, dat de eerste wegwijzer geplaatst werd, maar dat motto is nog steeds leidend voor alles wat wij doen. In 1894, toen de eerste wegwijzer voor fietsen geplaatst werd, gingen we in Nederland voor het eerst massaal recreatief fietsen. Die eerste houten exemplaren eindigden trouwens al vrij rap in de kachels bij mensen thuis, daarom zijn we snel overgestapt op metaal.’

‘Rond 1900 kwam de automobiliteit op en tien jaar later stonden er al 1000 wegwijzers langs de wegen, tien jaar later aangevuld met nóg eens 1000 extra borden. Allemaal gefinancierd vanuit de ANWB zelf, dus blijkbaar hadden we toen al genoeg leden om dat te betalen. Een blauwe maandag hebben we ook nog geëxperimenteerd met wegwijzers voor vliegtuigen op daken van gashouders bij gasfabrieken. Rotterdam die kant op, Amsterdam de andere. Het systeem functioneerde tot de late jaren dertig. We zijn ermee gestopt toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak.
Nog steeds associëren veel mensen de borden langs de weg met ons, er komen ook nog regelmatig meldingen binnen dat een bord scheef hangt of niet klopt. Niet zo gek natuurlijk, als je er ruim 120 jaar verantwoordelijk voor was.’

Hoe was het om die tak van de ANWB noodgedwongen af te moeten stoten?
‘Zelf werkte ik nog niet bij de ANWB toen toenmalig minister Tineke Netelenbos in 2004 ons alleenrecht introk. De relatie met Den Haag was niet optimaal vanwege de discussie over rekeningrijden. Ja, het was pijnlijk dat ons van alles verweten werd, dat we monopolisten waren die de hoofdprijs inden, terwijl we altijd vanuit algemeen belang gehandeld hebben. Wegbeheerders konden na dit politieke besluit zelf kiezen wie voor hun gebied de bewegwijzering mocht doen. Concurrentie moest bewegwijzering goedkoper maken, maar het werd er vooral rommeliger van. De uniformiteit en continuïteit werd minder, waardoor het er niet duidelijker noch veiliger van werd op de weg.’

De liberalisatie van de bewegwijzering was een kort zijspoor; met de oprichting van de NBd in 2013 kwam er weer eenheid in bewegwijzering en werden ook de wettelijke eisen voor bewegwijzering vastgelegd.

Hoe is dat nu?
‘De liberalisatie van de bewegwijzering was een kort zijspoor; met de oprichting van de NBd in 2013 kwam er weer eenheid in bewegwijzering en werden ook de wettelijke eisen voor bewegwijzering vastgelegd. Ik ben blij dat het weer in handen is van capabele mensen die weten wat ze doen. Iedereen reist in Nederland, zakelijk en privé. De komende jaren zal er veel veranderen in hoe de bevolking is samengesteld en de innovaties die we op technisch gebied zullen krijgen. Waar ben ik en waar moet ik naartoe? Dat blijft elke dag een belangrijke vraag voor honderdduizenden mensen. De urgentie van goede bewegwijzering kan echt niet snel overschat worden.’

Maar zijn dat in de toekomst echt nog fysieke borden?
‘Dat is natuurlijk de vraag. Hebben we het over 10 jaar van nu, dan zeg ik: jazeker. We leven in een volledig digitale wereld en tóch kopen scholieren nog elk jaar een papieren agenda. Net als die papieren kaarten waar ik het eerder over had, is ons systeem nog niet ingesteld op het volledig ontberen van fysieke spullen om in onze behoeften te voorzien. Ook in ziekenhuizen, op grote treinstations en op vliegvelden blijft wayfinding belangrijk voor mensen om hun weg te vinden. Ze kunnen of willen niet alleen afhankelijk zijn van techniek om zich te oriënteren en willen bevestiging van wat ze op hun schermpje zien. Ook voor de verkeersveiligheid is het belangrijk dat mensen niet alléén op dat navigatieschermpje kijken. Mensen houden hun ogen beter op de weg, zijn gefocust op het verkeer om zich heen, omdat ze erop kunnen vertrouwen dat de fysieke wegwijzers ze naar hun bestemming loodsen.’

‘Waar ben ik en waar moet ik naartoe? Dat blijft elke dag een belangrijke vraag voor honderdduizenden mensen. De urgentie van goede bewegwijzering kan echt niet snel overschat worden.’

Frits van Bruggen

Dat is over 10 jaar. Maar als we 70 jaar vooruitkijken?
‘Dat is allemaal afhankelijk van de verdere ontwikkelingen van in-car technologie. Zelf denk ik dat we pas helemaal bordenvrij kunnen reizen als we ook niet meer zelf achter het stuur zitten. Als we volledig overstappen op intelligente infrastructuur, waar auto’s bijvoorbeeld als een soort treintjes over magneetstrippen van A naar B gaan en alle systemen digitaal met elkaar communiceren. Dan verdwijnt ook nut en noodzaak van fysieke bewegwijzering.’

Dan hoeven we niet meer na te denken en verdwijnt wellicht ook ons richting- en oriëntatiegevoel. Verdwalen we dan bij wijze van spreken weer in onze eigen straat?
‘Volgens mij is richtinggevoel ook aangeboren. Mijn vrouw en zoon lopen standaard de verkeerde kant op, terwijl ik en mijn dochter altijd al halve padvinders zijn geweest; zet ons ergens neer en we vinden altijd onze weg. Maar wie weet, over honderden jaren, is die aangeboren gave van mensen dan totaal nutteloos.’