Van ruitjespapier naar volledig digitaal

Bijna vier decennia lang was Pim Seiler (73) professioneel actief in de wereld van bewegwijzering. Eenmaal met pensioen ging die knop niet zo maar om. ‘Ik kan niet onbevangen onderweg zijn. Ik zíe dingen.’

Aan het begin van de twintigste eeuw werd het steeds drukker op de weg. De noodzaak groeide om het toegenomen verkeer in goede banen te leiden. Ook was er behoefte aan een systematisch georganiseerde bewegwijzering. De ANWB nam deze taak voor zijn rekening en verbeterde 120 jaar lang het systeem van bewegwijzering. De eerste piek in de echt ‘serieuze’ regelgeving en richtlijnen vond plaats in de jaren zeventig van de vorige eeuw. ‘Hiermee werd beoogd het historisch gegroeide bewegwijzeringssysteem waar de ANWB in 1894 mee gestart was, uit te bouwen tot een landelijk dekkend, uniform en sluitend systeem’, zegt  Pim Seiler.

Na de HTS kwam Pim snel terecht in de wereld van de bewegwijzering, waar hij uiteindelijk bijna 40 jaar zou blijven werken – eerst bij de Dienst Verkeerskunde van Rijkswaterstaat en vanaf 1988 ruim 23 jaar bij de ANWB. Hij assisteerde de projectontwerpers bij ontwerp, keuze van lettertype en symbolen, maar zat ook bij werkgroepen die richtlijnen vaststelden. Er waren zat kantelmomenten in die vier decennia, bijvoorbeeld wat betreft het uiterlijk van de borden en de regelgeving die alles in goede banen moest leiden. De grootste omslag is volgens Pim de digitalisering van het hele ontwerp en productieproces van de borden. ‘Vroeger werd er een globaal ontwerp gemaakt van een bord, dat ging naar de fabriek en die maakten er dan wat moois van. Dat werkte voor geen meter, elk bord zag er anders uit. De ANWB heeft toen besloten het hele ontwerpproces naar zich toe te trekken. Er kwam een eigen ontwerpgroep die de borden precies tekende zoals ze moesten worden. Zo kwam er meer eenheid in de bewegwijzering.

Vakidioot

Door zelf de centrale schakel in het ontwerp én productieproces te worden, kwam er veel werk bij de ANWB te liggen, die daardoor flink in personeel groeide. De jaren 90 van de vorige eeuw kenmerkte zich door een enorme groei in technologische innovaties; digitalisering deed onvermijdelijk zijn intrede in de wereld van de bewegwijzering. Pim: ‘Het millimeter ruitjesblocnote kon in de papierbak, of kon hooguit dienst doen als aantekenblok. Al het ontwerpen ging nu op computers met slimme systemen die veel nauwkeuriger konden werken. Dat zag je ook langs de weg, alles werd uniform.’

Het ontwerpen en maken van de borden veranderde van 100% handwerk naar volledig gedigitaliseerd.

Borden zullen altijd nodig blijven, denkt Pim, ondanks de toegenomen volledig op individuele wensen afgestemde digitale navigatie. ‘Je hebt áltijd een extra oriëntatiepunt nodig. Dat er mensen zijn die denken dat we ook zonder fysieke borden kunnen, laat wel weer zien hoe goede bewegwijzering onderschat wordt. Ja, dat is altijd wel een punt van frustratie geweest inderdaad. Iedereen vindt het maar normaal. Niet eens alleen het publiek hoor, daar kan ik het nog wel van begrijpen. Je hoeft ook niet bij elk glas kraanwater te bedenken hoe bijzonder het allemaal wel niet is. Maar ook mensen met wie wij samenwerkten, de wegbeheerders, beschouwden bewegwijzering vaak als sluitpost. Met een mooie nieuwe viaduct kan je beter goede sier maken dan met een paar nieuwe wegwijzers.’

‘Vroeger werd er een globaal ontwerp gemaakt, dat ging naar de fabriek en die maakten er dan wat moois van. Dat werkte voor geen meter, elk bord zag er anders uit.’

Pim Seiler

Of hij niet meer zo met wegwijzers bezig is sinds hij met pensioen is? Pim: ‘Die knop gaat niet ineens om nu ik niet meer werk. Ik zíe dingen gewoon. Een onlogische indeling, taalfouten. Soms meld ik dat, meestal niet. Gelukkig zijn er altijd een paar mede-vakidioten bij wie ik mijn ei kwijt kon hoor. Heerlijk is dat, even samen zijn mensen die het snáppen.’