In de knoei met digitale navigatie

Haar camperbusje geeft Cathelijne van Bercken veel vrijheid. Ze raakt in de war als de digitale aanwijzingen niet matchen met die op de borden. ‘Betere afstemming is nodig.’

Het was niet eens een langgekoesterde wens, maar kort nadat Cathelijne van Bercken (48) had bedacht dat een camperbusje misschien wel leuk zou zijn, zag ze een lieflijk gekleurd exemplaar op Marktplaats voorbijkomen. Voor ze het wist was ze de trotse eigenaar van een busje dat qua kleur het midden houdt tussen turquoise en groen. ‘Toen ik ‘m eenmaal had, kon ik niet meer bedenken waarom het ooit anders was geweest. Ik houd van kamperen, van reizen en van de flexibiliteit om onderweg te gaan en staan waar ik wil. In het busje hebben we alles wat we nodig hebben en het voelt eigen, waar we de nacht ook doorbrengen.’

Het busje kan sneller dan 100 km/uur maar Cathelijne kiest altijd voor een rustig tempo van rond de 90 km/uur. ‘Een busje nodigt uit om in vertraging te gaan. De kastjes achterin zitten vol spulletjes, borden, bekers, speelgoed van de kinderen. Dat rammelt en dat schudt, dan ga je automatisch rustiger rijden. En dan kom je erachter dat dat eigenlijk best een prettige manier van reizen is. Je ziet het landschap beter, blijft gewoon op de rechterbaan tuffen, het is veel overzichtelijker allemaal.’

Betere afstemming nodig
Ook de twee kinderen van Cathelijne (11 en 9 jaar) zijn dol op het busje. Omdat ze thuisonderwijs krijgen, hoeven ze met schoolvakanties geen rekening te houden. Ze gaan dan ook vaak doordeweeks een aantal dagen weg in Nederland. ‘Waar ze vroeger ruziemaakten wie er voorin mocht, willen ze nu juist graag achterin. Het is net een groot poppenhuis, met schattige gordijntjes en kleine kastjes. Er is een uitklaptafel, de spelletjes en tekenspullen zijn onder handbereik, ze hebben zeeën van beenruimte en door de brede ramen een weids uitzicht. Stoppen we even bij een stoplicht, dan kunnen ze snel wat eten pakken.’

Er is dus meer reuring en activiteit in het busje dan in een gewone auto. Leuk voor de kinderen, maar voor Cathelijne soms een uitdaging om er ‘bij’ te blijven. Cathelijne: ‘Ik gebruik Apple Maps als navigatie. Over het algemeen is dat relaxed rijden, ook in het buitenland gaat het meestal goed. Het wordt lastig als de informatie op de digitale kaarten niet overeenkomt met de informatie op de fysieke borden langs de weg. Dat gebeurt best vaak en dan raak ik wel in de war. De digitale navigatie blijkt dan niet helemaal up-to-date, of ze noemen maar één bestemming op een afslagbord terwijl er op het bord zelf wel vier staan. Dan moet ik in de snelligheid kijken of de juiste bestemming ertussen staat en kan ik de afslag zo maar missen. Als digitale navigatie en fysieke bewegwijzering beter op elkaar afgestemd zou zijn, zou dat mijn leven wel makkelijker maken.’

‘Toen ik het busje eenmaal had, kon ik niet meer bedenken waarom het ooit anders was geweest.’

Cathelijne van Bercken

Onuitspreekbare plaatsnamen
Het gat tussen wat er op het navigatiescherm staat en zichtbaar is op de borden langs de weg is in het buitenland vaak nog groter, weet Cathelijne. Kort na de aankoop van de bus vertrokken ze richting Kroatië, een prachtige reis dwars door natuurgebieden en langs tal van kleine dorpen. ‘De computerstem in het navigatiesysteem kon veel plaatsnamen amper uitspreken en uit de letters op de wegwijzers werd ik weinig wijzer. Uiteindelijk kom je wel waar je wezen wilt, maar het is een puzzel. De ‘bewegwijzeringscultuur’ is in bijvoorbeeld Frankrijk anders dan hier. Daar plaatsen ze gerust een bord ná de afslag of stuurt de navigatie je een doodlopend weggetje in.’

Plannen zijn er genoeg, zo zou Cathelijne graag een maand of twee richting Spanje gaan. ‘In twee, drie weken heen en in hetzelfde tempo terug, zálig. ‘En als je zoveel tijd hebt, maakt een of twee keer verdwalen door slechte bewegwijzering ook niet uit. Wie weet waar je dan ineens onverwacht terechtkomt.’

‘Lastig als de informatie op de digitale kaarten niet overeenkomt met de informatie op de fysieke borden. Dan raak ik in de war.’

Cathelijne van Bercken