‘Maak bewegwijzering persoonlijker’

Een kleine paspop bij een stoplicht kan fietsers manen om niet door het rode licht te fietsen. Martijn Geervliet, verkeersplanoloog en verkeersveiligheids-coördinator bij de gemeente Breda, deelt meer trucjes om gedrag in het verkeer positief te beïnvloeden.

Als volwassenen bij kinderen in de buurt zijn, gaan ze zich over het algemeen beter gedragen. Ze letten op hun taalgebruik en houden zich beter aan de regels. ‘We willen graag het goede voorbeeld geven’, verklaart Martijn Geervliet, die zich als veiligheidscoördinator bij de gemeente Breda bezighoudt met ‘de juiste balans vinden tussen verkeer, wonen, werk en recreatie in de openbare ruimte’. Martijn: ‘Met dat gegeven, wat beschreven staat in tal van wetenschappelijk publicaties, zijn we aan de slag gegaan. Hoe kunnen we dat inzicht gebruiken om de verkeersveiligheid op straat te vergroten? Eén van de problemen die we in de binnenstad hadden, was dat veel fietsers door rood reden. We waren benieuwd of zij zich anders zouden gedragen als er kleine kinderen bij datzelfde stoplicht bij het zebrapad stonden te wachten. Nu zet je daar niet zo makkelijk een hele dag een echt kind neer, dus hebben we een aantal paspoppen bij een winkel geleend. De paspop kwam ter hoogte van het drukknopje van het stoplicht, dus het oogde als een kind van een jaar of 6. Wat bleek? Significant meer fietsers stopten voor het rode licht. Een mooi voorbeeld van hoe je verkeersveiligheid kunt bevorderen door mensen te stimuleren sociaal wenselijk gedrag te vertonen.’

Niet blind staren op regels
Zo’n onderzoek met een paspop geeft mooie inzichten in hoe het menselijk gedrag te beïnvloeden is, maar blijft dat ook zo als die pop er niet staat? Martijn: ‘Dat is natuurlijk de vraag, of dat echt beklijft. We weten dat mensen snel vervallen tot oude gewoonten, en voordat iets een gewoonte is moet het zeker een keer of twintig herhaald worden. Daarin zit een uitdaging voor ons als beleidsmakers, om constant vanuit de gebruiker te blijven redeneren en niet te varen op onze eigen logica. Als iets is uitgewerkt of niet het gewenste resultaat oplevert, is het zaak weer iets nieuws te bedenken. Gemeenten, maar ook de nationale overheid, kan daar best meer ruimte voor maken. Dat we iets nog nooit gedaan hebben, betekent niet dat het dus ook niet mogelijk is. Mijn motto is altijd: is het beleid of is erover nagedacht? Een goed idee pas je niet aan aan de regeltjes, als het nodig is pas je de regels aan om een goed idee uit te voeren.’

Goed gevoel
Martijn heeft tal van mooie voorbeelden van projecten in Breda die op creatieve en vooral positieve manier gedragsbeïnvloeding stimuleren. ‘Uit wetenschappelijk onderzoek weten we al jaren dat belonen beter werkt dan straffen. Dat geldt voor kinderen, maar dat geldt ook voor weggebruikers. Toch is het verkeer nog vooral op handhaving gericht. Goed in je vel zitten in het verkeer is belangrijk, met een glimlach op het gezicht ontstaan er minder snel conflicten en ervaren mensen meer geduld. We wilden scholieren stimuleren hun hand uit te steken bij het afslaan. We hadden een wijkagent kunnen neerzetten die ze op bestraffende toon had toegesproken, maar we kozen voor een andere aanpak. Op de weg markeerden we de punten waarop fietsers hun hand moeten uitsteken. Op de straat stonden teksten als ‘wil jij ook veilig oversteken, steek je hand uit’. Zo’n uitspraak doet een beroep op risicogevoelens en de sociaal geaccepteerde norm. Meer dan 650 fietsers zijn geobserveerd. Na invoering van de interventie steeg het aantal fietsers dat richting aangaf van 6 naar 31 procent, een toename van maar liefst 25 procent.’

‘Uit wetenschappelijk onderzoek weten we al jaren dat belonen beter werkt dan straffen. Dat geldt voor kinderen, maar dat geldt ook voor weggebruikers.’

Martijn Geervliet

Kus en fiets
Een ander voorbeeld: veel gemeenten worstelen met de vraag hoe ze mensen uit de auto en op de fiets krijgen. Bij basisscholen bijvoorbeeld wemelt het ‘s ochtends en ‘s middags van de auto’s, wat naast irritaties ook tot gevaarlijke situaties leidt. Martijn bedacht daarvoor de zogeheten ‘kiss and bike’-stroken, een variant op de al ingeburgerde kiss and ride-stroken waarbij automobilisten snel een passagier kunnen oppikken of afzetten. ‘Voor fietsers is er vaak weinig ruimte ingericht in de openbare ruimte, ook niet bij scholen. Dat heeft ook een psychologisch effect, het geeft de boodschap dat fietsers minder belangrijk zijn. Deze zones zijn dus een ‘geintje met een seintje’, want die knipoog geeft mensen een fijn gevoel en tegelijkertijd geef je ook een heel duidelijk signaal dat fietsers voorrang krijgen op auto’s.

De gemeente Breda schreef teksten op fietspaden met het verzoek handen uit te steken bij het afslaan. Hierna steeg het aantal fietsers dat richting aangaf van 6 naar 31 procent, een toename van maar liefst 25 procent.

Warme gevoelens
Die emotionele component – mensen krijgen een goed gevoel en passen hun gedrag in het verkeer aan – kan volgens Martijn bij veel verschillende bewegwijzering ingezet worden. Trots is hij bijvoorbeeld op de metalen silhouetten die op verschillende plekken in Breda bij de zebrapaden staan. ‘De silhouetten herinneren automobilisten eraan dat hier voetgangers oversteken, maar het is ook écht mooie toevoeging aan de openbare ruimte. Ze gaan als het ware op in de omgeving, maar geven ook extra attentie, net als bijvoorbeeld ook bij paddenstoelenwegwijzers. Daar krijg je een instant blij gevoel bij. Veel mensen, waaronder ikzelf, hebben warme herinneringen aan fietstochtjes met hun ouders in hun jeugd. Aansluiten bij de belevingswereld van mensen kan heel effectief zijn. Maak het persoonlijk, dan roept het warme gevoelens op en geen weerstand. Vanuit mijn achtergrond als verkeersplanoloog heb ik dat echt moeten leren, als technisch specialisten zijn we gewend om vanuit de techniek te denken en werken. Voor de bewegwijzering van de NBd is dat misschien even zoeken omdat dat uniform moet zijn, maar daar zit ook vast wel wat bewegingsruimte. Bij de afslag naar de Efteling bijvoorbeeld een herkenbaar icoontje, of een ziekenhuis of voetbalstadion in de vorm van het daadwerkelijke gebouw. Als je je verplaatst in mensen, dan is het eigenlijk veel makkelijker om oplossingen te bedenken.’