Mensen centraal, niet techniek

De ‘zwakste schakel’ in het verkeer moet het uitgangspunt zijn bij de inrichting van bewegwijzering. Dat zijn vaak ouderen, stelt Dick de Waard, hoogleraar verkeerspsychologie en mobiliteitsbehoud in Groningen. ‘Ook mensen die niet met techniek overweg kunnen, moeten zich veilig in het verkeer kunnen bewegen.’

Nu hij ouder wordt, is zijn kernboodschap ook steeds meer in zijn eigen belang, zegt Dick de Waard (‘bouwjaar’ 1964) lachend. Hij haast zich door te stellen dat Nederland het ‘zeker in vergelijking met andere landen helemaal zo slecht nog niet doet’. Maar dat neemt volgens hem niet weg dat het ook voor Nederlandse ouderen soms knap lastig kan zijn om zich in het verkeer te bewegen.

Aan zijn Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) wordt veel onderzoek gedaan op het raakvlak tussen gedrag en verkeer, zoals onderzoek naar het effect van handhaving op snelheidsovertredingen, invoeggedrag van ouderen, bellen op de fiets, rijden onder invloed van alcohol en drugs en reactie van (onder anderen) ouderen op nieuwe technologie.

Dick kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat ouderen zich veilig voelen in het verkeer. ‘Mobiliteit is van extreem groot belang omdat ouderen anders eerder vereenzamen. Als ze problemen ervaren in het verkeer, weten ze er meestal wel een weg omheen. Als ze slechter zien, zorgen ze ervoor dat ze voor het donker thuis zijn, of ze rijden een stuk om als ze de zenuwen krijgen van een onoverzichtelijk, druk kruispunt. Dat is slim, maar het is natuurlijk op zijn best een suboptimale oplossing.’

Overdosis informatie
Volgens Dick kunnen mensen langer mobiel en zelfstandig blijven als de infrastructuur daarop is aangepast. Fysieke bewegwijzering en digitale navigatie, en in het bijzonder de afstemming tussen die twee, zijn daar een belangrijk onderdeel van. Dick: ‘Ten eerste moet er geen overdosis aan informatie in de omgeving zijn, want hoe ouder iemand is, hoe lastiger het vaak is om informatie te filteren.’

‘Ten tweede is het echt een halszaak om de informatie op fysieke bewegwijzering en digitale navigatiesystemen goed op elkaar af te stemmen. Daar maak ik me echt zorgen over, want het leidt tot grote verwarring en dus tot onveilige situaties als het digitale systeem iets anders zegt dan de borden in de fysieke wereld.’

‘Mensen moeten centraal blijven staan, niet de techniek. Dat betekent dat je bij het inrichten van bewegwijzering uit moet gaan van de ‘zwakste schakel’. Ook mensen die niet met techniek overweg kunnen, moeten zich veilig in het verkeer kunnen bewegen.’

De groep ‘ouderen’ is natuurlijk niet homogeen, zat 65-plussers zijn prima in staat om zich aan te passen aan technische innovaties terwijl jongere verkeersdeelnemers daar een taaie aan hebben. Dick: ‘Toch blijkt uit onderzoek dat het gerichter aanbieden van informatie in het verkeer, bijvoorbeeld over maximumsnelheden, vooral de oudere verkeersdeelnemers helpen omdat het onzekerheid over geldende regels reduceert.’

Gebruiksvriendelijk
Je zou denken dat de huidige ouder wordende generatie al beter kan omgaan met technologische innovaties dan de generatie daarvoor, maar volgens Dick blijft het lastiger verwerken van informatie en langzamer reageren op veranderingen inherent verbonden aan het ouder worden.

‘Nog steeds zijn veel apparaten en systemen weinig gebruiksvriendelijk. Dan blijkt weer eens dat die ontwikkeld zijn door techneuten die te weinig het perspectief van de gebruiker aannemen.’

Dick de Waard

‘Veel systemen zijn geweldig en kunnen ook deze doelgroep ontlasten, maar nog steeds zijn veel apparaten en systemen weinig gebruiksvriendelijk. Dan blijkt weer eens dat die ontwikkeld zijn door techneuten die te weinig het perspectief van de gebruiker aannemen.’

‘Neem de oude VHS-videorecorders. Iedereen van vóór 1980 weet wat ik bedoel als ik zeg dat je tureluurs werd van de hoeveelheid knopjes, terwijl je er eigenlijk maar twee echt nodig had: aanzetten en videotape eruit. Hadden ze al die andere knopjes nou achter een klepje verstopt, dan hadden de nerds hun lolletje gehad zonder dat anderen met een gebruiksonvriendelijk ding in huis zaten.’

Zonder moeite lepelt Dick een recenter voorbeeld op: internetbankieren. ‘Als je daar mee begint, moet je eerst een app downloaden, dan een QR-code scannen, de chip van je paspoort laten uitlezen, een code invoeren die per sms binnenkomt. Ik snap dat het voor de veiligheid nodig is, maar je raakt het spoor ergens halverwege al bijster. Mensen zijn flexibel en over het algemeen wennen we snel aan onhebbelijkheden van systemen, maar er blijft wel een groep die er niet mee uit de voeten kan. Apple is niet voor niks zo populair, zij maken gebruikersvriendelijke spullen.’

Gamen achter het stuur
De techniek is vaak al veel verder dan de maatschappelijke toepassing ervan. ‘Mensen moeten eerst wennen aan nieuwigheden’, verklaart Dick. ‘Mensen, oud én jong, hebben moeite om controle uit handen te geven.

‘De slimme software achter zelfrijdende is belachelijk goed, maar we maken ons zorgen over dat ene moment dat het níet werkt.’

Dick de Waard

‘Daarvoor moet je eerst vertrouwen in het systeem hebben en geloven dat de geboden oplossing je voordeel oplevert. Daarom geloof ik ook niet dat bijvoorbeeld zelfrijdende auto’s zo snel het straatbeeld zullen domineren. Die slimme software daarachter is echt belachelijk goed, maar we maken ons zorgen over dat ene moment dat het níet werkt – en de gevolgen daarvan. Het voelt dan als een te groot risico, terwijl de kans dat je in een ongeluk terechtkomt met menselijke bestuurders waarschijnlijk groter is.’

‘Wat je wilt, is dat de automatische systemen zo zijn ingesteld dat het de gebruiker aanvoelt en ondersteunt als je het nodig hebt. Ook is het belangrijk dat je wel iets te doen hebt, slapende of gamende mensen in een Tesla op cruise control vormen nu een gevaarlijke buitencategorie.’

De toekomst herbergt dus nog een aantal dilemma’s, zoveel is duidelijk. Als laatste daarover noemt Dick de routering die bij navigatiesystemen vaak anders zijn dan de maatschappelijk gewenste routering, om bijvoorbeeld zwaar verkeer langs een school of woonwijk te weren. ‘Daarover zouden afspraken gemaakt moeten worden met marktpartijen, maar ervaring leert dat dat lastig blijft.’

‘Wat je wilt, is dat er bijvoorbeeld pas een andere dan de maatschappelijk gewenste routering aangegeven wordt als er meer dan vijf minuten tijdswinst te behalen is. Nu word je al een zijstraat ingestuurd als het 100 meter korter is. Hetzelfde geldt voor de vertraging die er soms zit als maximumsnelheden zijn aangepast; het in-car systeem geeft dan nog de oude informatie. Dat moet toch anders kunnen met zulke verfijnde techniek. Uiteindelijk is dat ook in het belang van de serviceproviders. Je wilt toch een product verkopen dat gewoon klopt.’