Slim gebruik van bewegwijzering

Als ambulancechauffeur kan Raymond Zuidwijk niet zo maar blind varen op digitale navigatie. ‘Je moet de kaarten van je werkgebied in grote lijnen uit je hoofd kennen. En op de snelweg helpt fysieke bewegwijzering om net wat sneller te manoeuvreren.’

In de 28 jaar dat Raymond Zuidwijk (49) op de ambulance rijdt, heeft hij honderdduizenden kilometers afgelegd, de meeste in en om zijn woonplaats Den Haag. Als we hem spreken, maakt hij zich op voor de rijtest die hij zal afnemen bij mogelijk nieuwe collega’s. Als oude rot in het vak is hij ondertussen ook als trainer betrokken bij de selectieprocedure van chauffeurs. ‘Er komt veel meer bij kijken dan alleen goed kunnen rijden. In ons werk telt elke seconde. Hoe ga je met die verantwoordelijkheid om? Hoe claim je je plek op de weg zónder weerstand bij andere weggebruikers op te roepen? Tijdens de rijtest laat ik ze soms wel zes keer van richting wijzigen. Weten ze dan nog precies in welke richting ze verder moeten voor het dichtstbijzijnde ziekenhuis? Blijven ze de rust zelf of schiet er paniek in hun systeem? Als je sollicitanten uitdaagt en professionele plaagstoten uitdeelt laten ze hun ware aard zien. Dan weten wij wat voor vlees we in de kuip hebben.’

Up-to-date navigeren
Het digitale navigatiesysteem aan boord van ambulances is enorm ingenieus. De hele dag door wordt daar de actuele verkeerssituatie in verwerkt. Wegafsluitingen, werkzaamheden, omleidingen – het staat er allemaal in. De drie verschillende ambulancediensten in de regio Haaglanden, waarvan Raymond bij het Witte Kruis werkt, worden aangestuurd door de Meldkamer Ambulance. De meldkamer noteert bij elk telefoontje de locatie. Het systeem dat wordt gebruikt heeft een koppeling met het navigatiesysteem in de wagens en vindt zo de dichtstbijzijnde ambulance. Daarna komt de melding binnen op de pieper van de bemanning. De chauffeurs geven vervolgens met een statusmelding aan of ze gaan rijden, waarna het systeem het adres vanuit de melding direct aan de navigatie koppelt. Als er geen straatnaam of herkenbare plaats is, gebruikt het systeem de door de meldkamer geregistreerde GPS-positie van de melder.

Niet blind varen
Ondanks al dit digitale vernuft is het volgens Raymond een denkfout om als ambulancechauffeur blind te varen op het navigatiesysteem. ‘Als chauffeur moet je globaal het wegennet van je werkgebied uit je hoofd kennen. De hoofdwegen – de belangrijkste routes naar de ziekenhuizen – dat is echt basiskennis. Het is een hulpmiddel en het blijft techniek, dus er kan ook een storing zijn. Dan wil je bijvoorbeeld niet afhankelijk zijn van de politie om je te escorteren. En de digitale navigatie geeft soms toch ineens een onlogische route dwars door een woonwijk omdat het een paar kilometer korter is. Maar dan zit je met drempels en bochtjes; niet fijn als de verpleegkundige achterin iemand aan het stabiliseren is. Als er een onverwachte omleiding of opstopping is, moet je daarop snel en adequaat kunnen anticiperen. Het kan niet zo zijn dat je met een kinderreanimatie achterin zit en je de ouders moet gaan vragen hoe je moet rijden.’

Het digitale navigatiesysteem aan boord van ambulances is enorm ingenieus. De hele dag door wordt daar de actuele verkeerssituatie in verwerkt

Stratenboek op schoot
Toen Raymond een dikke kwart eeuw terug begon op de ambulance reed hij nog met een stratenboek rond om zijn bestemming te vinden. ‘Het laatste stukje nam de verpleegkundige het dan over en loodste me de laatste kilometer naar de plaats van bestemming. We waren veel meer afhankelijk van onze eigen stratenkennis dan nu. We hadden ook een aparte map gemaakt met pagina’s uit het stratenboek waarop bijzondere bestemmingen nader waren uitgewerkt, zoals ministeries. Op stickers schreven we dan de bijzonderheden zoals waar je moest parkeren en bij wie je je moest melden. Alles om net die kostbare seconden winst te behalen.’

‘We moeten snel handelen en slim gebruikmaken van de infrastructuur op de weg. Je kijkt naar hoe de belijning loopt, waar je het snelst kan invoegen, hoe de verkeersstromen lopen. ’

Raymond Zuidwijk

Toch is het niet zo dat ambulances er toen langer over deden dan nu om op de plaats van bestemming te komen. Raymond: ‘De infrastructuur is nu ingewikkelder en het is veel drukker op de weg. Wij moeten ons houden aan de brancherichtlijn en werken met ontheffingen en vrijstellingen waardoor wij 40 km/uur sneller mogen rijden dan het andere verkeer. Dat betekent snel handelen en slim gebruikmaken van de infrastructuur op de weg. Je kijkt naar hoe de belijning loopt, waar je het snelst kan invoegen, hoe de verkeersstromen lopen. De fysieke bewegwijzering boven de wegen geeft daar handvatten voor, zodat je bijvoorbeeld weet dat de weg zich over een x-aantal meters opsplitst. Het is altijd zoeken naar de optimale balans tussen snelheid en veiligheid. Een goede ambulancechauffeur voelt dat haarfijn aan.’