Vijftig procent stadsvervoer per fiets in 2030

Bewegwijzering voor fietsers zou meer uit moeten gaan van de ‘customer journey’, de reis die fietsers afleggen, hun beleving en hun fietsplezier. Dat stelt Maud de Vries, mede-oprichter van BYCS, dat met een wereldwijd netwerk van fietsburgemeesters een vliegwiel voor positieve verandering is. ‘Er stappen méér mensen op de fiets als je de bewegwijzering ontwerpt vanuit het perspectief van de gebruiker.’

Fietsen veranderen de stad, en steden veranderen de wereld – dat is in een notendop de visie van de maatschappelijke onderneming BYCS, met haar basis in Amsterdam. In 2016 leerden de oprichters elkaar kennen via een verzamelplaats voor creatieve ondernemers en vier jaar later zijn er meer dan 100 fietsburgemeesters over de hele wereld.

Maar laten we bij het begin beginnen. Het begon met een idee. Een vrij simpel idee, eigenlijk. Het idee dat de oplossing voor veel problemen – klimaatcrisis, obesitas, armoede en ongelijkheid – wel eens veel dichterbij kon zijn dan we allemaal denken. Maud: ‘Wat je ziet, is dat er veel geld en energie gestopt worden in technische innovaties zoals zelfrijdende auto’s en slimme apps. De fiets ís er al, is betaalbaar in aanschaf en onderhoud en nu, helemaal met fietsabonnementen, voor iedereen toegankelijk.

In Nederland kiezen we de fiets vaak al automatisch; in steden als Amsterdam is het nu al voor verreweg de meeste mensen het primaire vervoermiddel. Wij vinden dat allemaal heel normaal, en dat is mooi, maar bij ons borrelde het idee dat die tweewieler wel eens een sleutel kon zijn om de wereld te veranderen. Voor ons is de fiets no big deal. Maar onze ervaring met fietsen is echt een cadeau voor de rest van de wereld.’

Verbinders
Maud: ‘Je verandert die wereld niet alleen van bovenaf. Je kunt regels veranderen of dingen opleggen en zo de stad proberen te maken zoals je hem wilt hebben. Echte verandering komt van onderop, door mensen zélf, met een overheid die dat faciliteert.

Echte verandering komt van onderop, door mensen zélf, met een overheid die dat faciliteert. Breng lokale mensen, die de taal en cultuur kennen, bij elkaar en geef ze de middelen om hun eigen omgeving te veranderen.

Maud de Vries, mede-oprichter BYCS

Breng lokale mensen, die de taal en cultuur kennen, bij elkaar en geef ze de middelen om hun eigen omgeving te veranderen. Wat zou er gebeuren, dachten wij, als wij die missing link konden zijn tussen betrokken burgers en overheden? Als we mensen mobiliseren om invloed uit te oefenen op de leefbaarheid van hun eigen leef- en werkomgeving en tegelijkertijd overheden motiveren om geld uit te trekken om dat mogelijk te maken?’

Het antwoord kwam in de vorm van een fietsburgemeester. De benoeming van de eerste fietsburgemeester, Anna Luten in 2016, was daags erna wereldwijd in het nieuws, behálve in Nederland. Maud: ‘Het Parool volgde pas na alle internationale pers, echt hilarisch.’ Ondertussen zijn er wereldwijd meer dan 100 fietsburgemeesters in 34 landen en dat aantal groeit. Van Bangalore in India tot Mexico City en van Amsterdam tot Sydney. Hun belangrijkste taak: de weg bereiden voor het stedelijke fietsgebruik van de toekomst.

Maud: ‘Onze burgemeesters zijn verbinders. Vaak zijn er al meer mensen en organisaties actief op het gebied van duurzaamheid of armoedebestrijding en zijn er wel wielerclubs. Wij brengen al die partijen samen en helpen om effectief met bestuurders in gesprek te gaan. Zo hoeft niemand vanaf nul te beginnen.

Doordat we wereldwijd actief zijn, hebben we overal data. Daarmee laten we bestuurders zien: wat wij voorstellen wérkt. We werken met lokale mensen omdat je niet zo maar één oplossing voor alle landen kunt verzinnen; daarvoor zijn de verschillen te groot. Maar we kunnen wél veel van elkaar leren – wij zorgen ervoor dat alle burgemeesters elkaar kennen en regelmatig kennis en ervaringen uitwisselen. We trainen ze en ontwikkelen diensten voor hen op gebied van human infrastructure. Die testen we eerst hier in Nederland, in samenwerking met Nederlandse overheden.’

De missie van BYCS is ambitieus: ’50by30′ – vijftig procent van al het stadsvervoer per fiets in 2030.

Vlieg en fiets
De missie van BYCS is ambitieus: ’50by30′ – vijftig procent van al het stadsvervoer per fiets in 2030. Volgens Maud kan dat absoluut als alle betrokken partijen samenwerken en er hun schouders onder zetten. ‘Corona biedt wat dat betreft kansen; we zien dat overheden nu meer dan ooit bereid zijn ruim baan voor fietsers te maken.

In Parijs werd in een paar weken een fijnmazig netwerk van fietspaden aangelegd. In Mexico stond de fietsburgemeester aan de wieg van maar liefst 340 kilometer nieuw fietspad. En in India is een systeem ontwikkeld waarbij heel veel kinderen tegelijkertijd naar school fietsen: ‘Bicycle Bus’. Ze vormen een soort muur van fietsers waardoor ze individueel minder kwetsbaar zijn voor auto’s die ze daar vaak gewoon niet zien.

In Nederland kunnen we echt wel een stap verder zetten. Het gaat verder dan alleen fietsen in de stad, maar ook om een goede verbinding met de regio. Daar is nog veel winst te behalen. Oók bij jongeren, die steeds minder fietsen. In Amsterdam heb je het dan over 70.000 jongeren onder de 16 jaar die niet op de fiets naar school gaan. Om deze doelgroep te bereiken, hebben we junior fietsburgemeesters. Ze betrekken kinderen bij het fijn en veilig maken van de openbare ruimte voor hen, om zelf met een gerust hart op pad te kunnen. En als je die stad veilig maakt voor een kind van 8, dan is diezelfde stad ook veilig voor 80-ers en eigenlijk voor iedereen.’

Waar moeten we verder aan denken als de fiets leidend is bij de inrichting van de openbare ruimte? Maud: ‘Aan parkeergarages langs de stad, leenfietsen om je weg te vervolgen en goede stallingsmogelijkheden bijvoorbeeld. Het autoluw maken van binnensteden. Maar ook de mogelijkheid om te douchen als je 25 kilometer hebt gefietst en je fris op je meeting wilt verschijnen. Zo hebben we met een aantal partijen voor Schiphol Fly+Bike bedacht. Met de komst van een snelfietsroute wordt het voor de 60.000 medewerkers een stuk aantrekkelijker om met de elektrische fiets naar hun werk te reizen. Deze optie is er ook voor reizigers, toeristen én voor het zakelijke verkeer dat doorreist naar de Zuidas, slechts 13 kilometer verderop.’

Roze bordjes wijzen de weg
Om die laatste groep op weg te helpen, werkte BYCS samen met wayfinding-specialist Mijksenaar in een pilot voor aangepaste bewegwijzering. Maud: ‘De Zuidas is, net als veel andere stedelijke gebieden, constant in ontwikkeling. Er wordt veel gebouwd, er zijn omleidingen; het is niet altijd makkelijk om je weg te vinden. Als bewegwijzering een doel is en geen middel, dan kan het dus gebeuren dat je ineens voor een dranghek staat en niet verder kunt. In ons ontwerp nemen we mensen mee op hun reis vanaf het moment dat ze op de fiets zitten. Door de customer journey als uitgangspunt te nemen en echt in het hoofd van die eindgebruiker te gaan zitten, snap je beter waar hun behoeften liggen. Je kunt mensen aan de hand nemen, zeker als ze ergens nog niet eerder gefietst hebben.

Met de knalroze bewegwijzeringsborden werden de fietsers al eerder op de hoogte gebracht van bijvoorbeeld opbrekingen verderop, en werd aangegeven welke opties er waren om de weg te vervolgen. De kleur roze is gekozen omdat het duidelijk moest afwijken van het al bekende gele bord bij omleidingen. Fietsers hebben behoefte aan bewegwijzering die speciaal voor hen bedoeld is. Daarnaast was roze ook ‘s nachts goed te zien én roept het positieve associaties op.’

De pilot is door de gemeente Amsterdam positief onthaald en krijgt waarschijnlijk een vervolg. Maud: ‘Dit is een voorbeeld van hoe je fietsers leidend kan maken in je plannen. Je kunt denken: fietsers vinden hun weg wel. En dat is misschien wel zo, maar tegelijkertijd is het een vreemd uitgangspunt. Als overheid heb je de taak fietsen te faciliteren – net zoals je dat voor automobilisten doet – en het makkelijker en leuker te maken doordat je de fiets centraal zet in je oplossingen. Dan zul je zien dat véél meer mensen uiteindelijk de auto laten staan en voor die fiets kiezen. Zo krijg je steden met een veel hogere kwaliteit van leven.’